|

Voeding van de hond |
|
| Pasgeboren pups leven de eerste 3 á 4 weken uitsluitend op de moedermelk. |
|
| Daarna zal de fokker ze langzamerhand vast voedsel gaan geven. |
|
| |
|
| De fokker voert dit tot de pups op een leeftijd van 8 weken helemaal van de moedermelk af zijn. |
|
| Dit noemt men gespeend. |
|
| De pup is wat voedsel betreft dus niet meer afhankelijk van zijn moeder als de pup naar een ander thuis gaat. |
|
| |
|
| Ook nadat de pup is opgehaald, blijft de pup zich volop geestelijk en lichamelijk ontwikkelen. |
|
| Een goede, energierijke voeding is daarom van groot belang. |
|
| Puppybrokjes hebben een hoge voedingswaarde. |
|
| Een jonge hond groeit heel snel en zijn lichaam heeft veel energie nodig om deze groei goed te laten verlopen. |
|
| Snelle groei wil echter niet zeggen dat uw hond dik mag worden: voer dus niet te veel. |
|
| Een pup van 8 weken voert u 4 x per dag. |
|
| De hoeveelheid voedsel die hij bij elke maaltijd krijgt, is echter maar klein. |
|
| Soms denken mensen dat de pup te weinig krijgt en doen ze er een beetje bij. |
|
| Dit leidt vaak tot dunne ontlasting. Als de pup minder eten krijgt, wordt zijn ontlasting snel weer normaal. |
|
| Te dikke honden van (middel) grote rassen krijgen door overgewicht sneller last van problemen als heup- en elleboogdysplasie, doorgezakte voeten en hartproblemen. |
|
| Om dit te voorkomen kunt u het beste de pup elke week wegen. |
|
| Pas de hoeveelheid voer aan op het gewicht van dat moment. |
|
|
|
| Het is niet verkeerd als mensen denken dat uw hond te mager is. |
|
| Hebben ze het over een 'lekker, mollig hondje', dan zit u wel fout. |
|
| Wanneer u het etensbakje voor uw pup neerzet, moet hij er als het ware op aanvallen en het voer naar binnen schrokken. |
|
| Heeft hij het na 10 minuten nog niet op, dan heeft hij genoeg gegeten. |
|
| Haal de bak dan weg. |
|
| |
|
| Een gezonde maaltijd strekt zich overgens uit tot de etensbak. |
|
| De etensbak moet u goed schoon kunnen houden. |
|
| Koop ze niet te klein, want niet alleen de porties worden groter, de kop van uw pup ook! |
|
| Voeg geen voedingssupplementen toe aan de puppybrokjes. Wanneer u er bijvoorbeeld kalk bij doet, kan de calcium/fosfor balans in de voeding ernstig verstoord worden. |
|
| Dit is van invloed op een goede ontwikkeling van het skelet. |
|
|
|
| Hoe vaak voeren? |
|
| Op het moment dat de pup bij u in huis komt, krijgt hij 4 maaltijden per dag. |
|
| Als hij 3 maanden oud is, kunt u overschakelen op 3 maaltijden per dag. |
|
| Is de hond een jaar geworden, dan zijn 2 maaltijden voldoende. |
|
| Als leidraad voor de hoeveelheid voeding per maaltijd/ dag kunt u de richtlijnen op de verpakking van de voeding aanhouden. |
|
| Het aantal grammen dat wordt aangeraden, is meestal de optelsom van de factoren van ras, leeftijd en gewicht. |
|
| Let wel: het gaat hier slecht om een indicatie. |
|
| De hoeveelheid voeding die uw hond nodig heeft, hangt ook af van het energieverbruik van de hond. |
|
|
|
| Bij een juist gevoede hond zijn de ribben te voelen. |
|
| Als dat niet zo is, krijgt hij te veel voer en zult u moeten minderen en meer met de hond moeten bewegen. |
|
| U moet er uiteraard ook voor waken dat de hond niet te weinig krijgt. |
|
| Grotere rassen, die gevoelig zijn voor HD en ED, mogen absoluut geen overgewicht hebben. |
|
| Voor deze rassen zijn vaak groeitabellen opgesteld die de fokker aan u mee kan geven. |
|
| |
|
| Regelmatige voedingstijden zullen eveneens bijdragen aan een juist gewicht. |
|
| Geeft uw hond nooit zomaar tussendoor eten als u denkt dat hij weleens hongerig zou kunnen zijn. |
|
|
|
| Ten slotte is het erg belangrijk dat u nooit direct na het eten met uw hond gaat stoeien of rennen! Geef hem minstens 3 kwartier rust om zijn eten te verteren. |
|
| Vooral bij grotere rassen bestaat namelijk het gevaar dat bij inspanning met een volle maag een maagtorsie ontstaat. |
|
| Dit is een kanteling van de maag, waarbij de in-en uitgang afgesloten raken. |
|
| Maaggassen kunnen dan niet meer ontsnappen. In geval van een maagtorsie kan alleen snel operatief ingrijpen uw hond nog redden. |
|
| |
|
| U bent natuurlijk vrij om over te stappen op ander voer dan dat de fokker u heeft meegegeven. |
|
| Doe dit echter wel stapsgewijs. |
|
| Begin met een kwart van het nieuwe voer te mengen met driekwart van het oude voer. |
|
| Na ongeveer een week geeft u dan half om half, na weer een week driekwart van het nieuwe voer en een kwart van het oude voer. |
|
| De week daarna kunt u helemaal op het nieuwe voer overschakelen. |
|
| Zo levert de overstap van de voeding voor uw pup de minste probelemen op. |
|
| Nu is natuurlijk niet elke hond gelijk. De ene hond kan uitstekend tegen een bepaald voer, terwijl de andere hond er steeds diarree van krijgt. |
|
| Wanneer dit bij uw pup het geval is, moet u stoppen met het betreffende voer. |
|
| Geef hem aangepast voer, tot de diarree over is (water, gekookte kip, witbrood of rijst). |
|
| Ga dan vervolgens terug op het voer dat de pup gewend was, of probeer ander voer. |
|
|
Laat de diarree overgens niet meer dan een dag op zijn beloop; |
|
| een pup droogt snel uit! |
|
| Neem contact op met de dierenarts als de diarree langer aanhoudt. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Tussendoortjes |
|
| Het komt natuurlijk geregeld voor dat u uw hond wilt verwennen met een extraatje. |
|
| Geef dan geen snoep, koekjes of zoutjes; deze zijn te zoet, te zout en te vet. |
|
|
Bovendien is het ook nog eens slecht voor het gebit. |
|
| Bovendien wordt de hond zo gemakkelijk een bedelaar, die na verloop van tijd al gaat kwijlen bij het zien van de koektrommel! |
|
| Voor speciale momenten zijn er diverse producten in de handel die de hond lekker vindt en bovendien gezond zijn. Ook voor zijn gebit. |
|
| |
|
| Vers vlees |
|
| Mocht u uw hond toch af en toe vers vlees willen geven, geef het dan nooit rauw, |
|
| maar altijd gekookt of gebraden. |
|
| Vooral rauw (of niet gaar) varkens- en kippenvlees kan levensgevaarlijke bacteriën bevatten. |
|
| Kip kan besmet zijn met de beruchte salmonellabacterie, varkensvlees met de ziekte van Aujeszky. |
|
| Deze ziekte is niet te behandelen en leidt binnen korte tijd tot de dood van uw huisdier! |
|
|
U moet vlees dan ook altijd door en door gaar koken. Laat het vlees wel goed afkoelen voordat u het aan de hond geeft. Ook het eten van te koud vlees (rechtstreeks uit de koelkast) is niet goed voor de hond; het kan de spijsvertering danig van streek brengen. |
|
|
|
| Drinken |
|
| Een hond moet altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben. |
|
| Geeft uw hond echter nooit ijskoud water na een grote inspanning. |
|
| Hij moet vooral veel kunnen drinken als hij droogvoer krijgt. |
|
|
|
Er zijn een aantal redenen om de voeding van de senior hond (kleine rassen op leeftijd van 7 jaar en zeer grote rassen vanaf 5 jaar) aan te passen. |
|
| De belangrijkste redenen zijn: een toegenomen kans op ziekten, overgewicht door veroudering van verschillende organen en verminderde weerstand en gewrichtsaandoeningen. Veel seniorhonden bewegen minder. |
|
| Seniorenvoeding bevat minder energie, zodat overgewicht kan worden voorkomen. |
|
| Naarmate de hond ouder wordt, neemt de kans op ziekten van onder andere de nieren en het hart toe. |
|
| Om die reden worden onder meer zouten als natrium en fosfor in seniorenvoeding beperkt. |
|
| De afweer van een oudere hond vermindert, terwijl het verouderingsproces veel schadelijke afvalstoffen oplevert. |
|
| In het seniorenvoeding worden tegenwoordig vaak extra beschermende stoffen gedaan die het afweersysteem helpen het lichaam gezond te houden. | |