Home
Patienten
Gezelschapsdieren
Hond
Kat
Konijn
Cavia
Fret
Chirurgie
Laboratorium
Puppyparty
Kittenparty
Hondenhandelaren
Vermist/gevonden
Buitenland
Tarieven
Adviesbrieven
Dier & Verzekering
Nieuws
Links
Inloggen
Site info
Hond
 
 

Wanneer moet ik mijn hond laten vaccineren?
Hoe vaak moet ik mijn hond ontwormen?
Is speciale voeding voor pups van grote rassen echt nodig?
Wanneer kan ik mijn hond laten castreren of ‘steriliseren’?
Wat is chippen en moet mijn hond gechipt worden?
Mag ik mijn hond meenemen naar het buitenland?
Ben ik verplicht mijn hond te verzekeren?
Welke voeding geef ik aan mijn hond en hoeveel?

 
     
  Wanneer moet ik mijn hond laten vaccineren?  
 

Waarschijnlijk heeft uw puppy bij de fokker al een ‘puppy-cocktail’ (minimaal hondenziekte en Parvo) gehad op 6 weken leeftijd.

De volgende vaccinatie (Parvo en ziekte van Weil) vindt plaats op de leeftijd van 9 weken.

Daarna heeft uw puppy nog een vaccinatie nodig op 12 weken leeftijd: de ‘grote cocktail’ (hondenziekte, Parvo, ziekte van Weil, besmettelijke leverziekte, para-influenza en adenovirus type 2).

Een volwassen hond heeft ook elk jaar een vaccinatie nodig. Sommige onderdelen van de ‘grote cocktail’ bieden langdurige bescherming en zijn niet noodzakelijk om elk jaar te herhalen. Dus geven we uw hond afhankelijk van wat nodig is de ‘grote cocktail’ of de ‘kleine cocktail’.

Naast de cocktail vaccinatie, besteden we veel zorg aan vaccinatie op maat.
Indien uw hond een groter risico loopt op kennelhoest, dan is het verstandig uw hond hier extra tegen te beschermen. Dat is wanneer uw hond bijvoorbeeld in een pension moet logeren, een hondenshow gaat bezoeken of met de hondenuitlaatservice meegaat. Sommige van deze instellingen stellen een kennelhoestvaccinatie zelfs verplicht.
Als uw hond veel zwemt en het hele jaar door hiermee een risico loopt op de ziekte van Weil, is het verstandig uw hond elk half jaar te beschermen tegen de ziekte van Weil.
Indien u met uw hond naar het buitenland gaat, is het volgens de wet verplicht dat uw hond gevaccineerd moet zijn tegen hondsdolheid (rabies). Uw hond moet wel ouder zijn dan 3 maanden. Deze vaccinatie moet minstens een maand van te voren gegeven worden. Voor sommige landen gelden uitzonderlijke regels en wordt er bijvoorbeeld bloedonderzoek geëist. Zie verder bij de informatie over buitenland.

 
 
 
  Hoe vaak moet ik mijn hond ontwormen?  
     
 

Een puppy moet een aantal keren preventief ontwormd worden. Dat kan al vanaf 2 weken leeftijd. Bij puppy’s spelen meestal alleen spoelwormen een rol; deze hebben een wormcyclus van ongeveer 2 weken.  

Advies ontwormschema puppy:

  • Op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd ontwormen, 
  • Dan elke maand tot 1/2 jaar oud.  
  • Vervolgens 2-4 x per jaar

Ook volwassen honden lopen een risico op een wormenbesmetting. Denk maar eens aan het snuffelgedrag van uw hond bij andere honden en op de hondenuitlaatveldjes… Wormen die een rol kunnen spelen zijn: spoelwormen, haakwormen en lintwormen. Daarom is het verstandig om ook uw volwassen hond regelmatig te ontwormen; het beste is 4 x per jaar. 

 
 
 
  Is speciale voeding voor pups van grote rassen echt nodig?  
     
 

Ja, pups die op volwassen leeftijd een gewicht van meer dan 20-25 kg zullen bereiken, hebben een andere voersamenstelling nodig dan pups van kleine rassen. Bij ‘grote rassen’ (zoals bijvoorbeeld Labrador Retriever, Golden Retriever, Rottweiler, Berner Sennen) komen gewrichtsproblemen voor die deels erfelijk zijn, maar ook beïnvloed worden door de kwaliteit van de voeding en de snelheid van de groei. Voorbeelden van deze problemen zijn HD (heupdysplasie) en ED (elleboogdysplasie).
De voeding moet daarom voldoen aan een aantal eisen:
  • een verlaagd energie gehalte, om overgewicht en een te snelle groei te voorkomen
  • een verlaagd calciumgehalte
  • voldoende voedingstoffen en vitaminen voor de groei
Daarnaast is het belangrijk dat uw puppy niet te lang achtereen beweegt en zoveel mogelijk aan de lijn wandelt, geen trappen loopt en niet springt.

Wilt u weten of uw pup ook in deze categorie thuis hoort en dus ook speciale voeding nodig heeft, belt u dan met onze kliniek en laat u adviseren door onze assistentes.

 

Voeding van de hond

 
Pasgeboren pups leven de eerste 3 á 4 weken uitsluitend op de moedermelk.  
Daarna zal de fokker ze langzamerhand vast voedsel gaan geven.  
   
De fokker voert dit tot de pups op een leeftijd van 8 weken helemaal van de moedermelk af zijn.    
Dit noemt men gespeend.  
De pup is wat voedsel betreft dus niet meer afhankelijk van zijn moeder als de pup naar een ander thuis gaat.  
   
Ook nadat de pup is opgehaald, blijft de pup zich volop geestelijk en lichamelijk ontwikkelen.  
Een goede, energierijke voeding is daarom van groot belang.  
Puppybrokjes hebben een hoge voedingswaarde.  
Een jonge hond groeit heel snel en zijn lichaam heeft veel energie nodig om deze groei goed te laten verlopen.    
Snelle groei wil echter niet zeggen dat uw hond dik mag worden: voer dus niet te veel.  
Een pup van 8 weken voert u 4 x per dag.  
De hoeveelheid voedsel die hij bij elke maaltijd krijgt, is echter maar klein.  
Soms denken mensen dat de pup te weinig krijgt en doen ze er een beetje bij.  
Dit leidt vaak tot dunne ontlasting. Als de pup minder eten krijgt, wordt zijn ontlasting snel weer normaal.  
Te dikke honden van (middel) grote rassen krijgen door overgewicht sneller last van problemen als heup- en elleboogdysplasie, doorgezakte voeten en hartproblemen.  
Om dit te voorkomen kunt u het beste de pup elke week wegen.  
Pas de hoeveelheid voer aan op het gewicht van dat moment.  
 
Het is niet verkeerd als mensen denken dat uw hond te mager is.   
Hebben ze het over een 'lekker, mollig hondje', dan zit u wel fout.  
Wanneer u het etensbakje voor uw pup neerzet, moet hij er als het ware op aanvallen en het voer naar binnen schrokken.  
Heeft hij het na 10 minuten nog niet op, dan heeft hij genoeg gegeten.  
Haal de bak dan weg.  
   
Een gezonde maaltijd strekt zich overgens uit tot de etensbak.  
De etensbak moet u goed schoon kunnen houden.  
Koop ze niet te klein, want niet alleen de porties worden groter, de kop van uw pup ook!  
Voeg geen voedingssupplementen toe aan de puppybrokjes. Wanneer u er bijvoorbeeld kalk bij doet, kan de calcium/fosfor balans in de voeding ernstig verstoord worden.  
Dit is van invloed op een goede ontwikkeling van het skelet.  
 
Hoe vaak voeren?  
Op het moment dat de pup bij u in huis komt, krijgt hij 4 maaltijden per dag.  
Als hij 3 maanden oud is, kunt u overschakelen op 3 maaltijden per dag.  
Is de hond een jaar geworden, dan zijn 2 maaltijden voldoende.  
Als leidraad voor de hoeveelheid voeding per maaltijd/ dag kunt u de richtlijnen op de verpakking van de voeding aanhouden.  
Het aantal grammen dat wordt aangeraden, is meestal de optelsom van de factoren van ras, leeftijd en gewicht.  
Let wel: het gaat hier slecht om een indicatie.  
De hoeveelheid voeding die uw hond nodig heeft, hangt ook af van het energieverbruik van de hond.  
 
Bij een juist gevoede hond zijn de ribben te voelen.   
Als dat niet zo is, krijgt hij te veel voer en zult u moeten minderen en meer met de hond moeten bewegen.  
U moet er uiteraard ook voor waken dat de hond niet te weinig krijgt.  
Grotere rassen, die gevoelig zijn voor HD en ED, mogen absoluut geen overgewicht hebben.  
Voor deze rassen zijn vaak groeitabellen opgesteld die de fokker aan u mee kan geven.  
   
Regelmatige voedingstijden zullen eveneens bijdragen aan een juist gewicht.  
Geeft uw hond nooit zomaar tussendoor eten als u denkt dat hij weleens hongerig zou kunnen zijn.  
 
Ten slotte is het erg belangrijk dat u nooit direct na het eten met uw hond gaat stoeien of rennen! Geef hem minstens 3 kwartier rust om zijn eten te verteren.  
Vooral bij grotere rassen bestaat namelijk het gevaar dat bij inspanning met een volle maag een maagtorsie ontstaat.  
Dit is een kanteling van de maag, waarbij de in-en uitgang afgesloten raken.  
Maaggassen kunnen dan niet meer ontsnappen. In geval van een maagtorsie kan alleen snel operatief ingrijpen uw hond nog redden.  
   
U bent natuurlijk vrij om over te stappen op ander voer dan dat de fokker u heeft meegegeven.  
Doe dit echter wel stapsgewijs.  
Begin met een kwart van het nieuwe voer te mengen met driekwart van het oude voer.  
Na ongeveer een week geeft u dan half om half, na weer een week driekwart van het nieuwe voer en een kwart van het oude voer.  
De week daarna kunt u helemaal op het nieuwe voer overschakelen.    
Zo levert de overstap van de voeding voor uw pup de minste probelemen op.   
Nu is natuurlijk niet elke hond gelijk. De ene hond kan uitstekend tegen een bepaald voer, terwijl de andere hond er steeds diarree van krijgt.  
Wanneer dit bij uw pup het geval is, moet u stoppen met het betreffende voer.    
Geef hem aangepast voer, tot de diarree over is (water, gekookte kip, witbrood of rijst).  
Ga dan vervolgens terug op het voer dat de pup gewend was, of probeer ander voer.  

Laat de diarree overgens niet meer dan een dag op zijn beloop; 

 
een pup droogt snel uit!   
Neem contact op met de dierenarts als de diarree langer aanhoudt.  
   
 
 
 
 
 
 
 
Tussendoortjes  
Het komt natuurlijk geregeld voor dat u uw hond wilt verwennen met een extraatje.  
Geef dan geen snoep, koekjes of zoutjes; deze zijn te zoet, te zout en te vet.   

Bovendien is het ook nog eens slecht voor het gebit.

 
Bovendien wordt de hond zo gemakkelijk een bedelaar, die na verloop van tijd al gaat kwijlen bij het zien van de koektrommel!   
Voor speciale momenten zijn er diverse producten in de handel die de hond lekker vindt en bovendien gezond zijn. Ook voor zijn gebit.  
   
Vers vlees  
Mocht u uw hond toch af en toe vers vlees willen geven, geef het dan nooit rauw,  
maar altijd gekookt of gebraden.  
Vooral rauw (of niet gaar) varkens- en kippenvlees kan levensgevaarlijke bacteriën bevatten.   
Kip kan besmet zijn met de beruchte salmonellabacterie, varkensvlees met de ziekte van Aujeszky.   
Deze ziekte is niet te behandelen en leidt binnen korte tijd tot de dood van uw huisdier!   

U moet vlees dan ook altijd door en door gaar koken. Laat het vlees wel goed afkoelen voordat u het aan de hond geeft. Ook het eten van te koud vlees (rechtstreeks uit de koelkast) is niet goed voor de hond; het kan de spijsvertering danig van streek brengen.

 
 
Drinken  
Een hond moet altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.  
Geeft uw hond echter nooit ijskoud water na een grote inspanning.  
Hij moet vooral veel kunnen drinken als hij droogvoer krijgt.  

   
De oudere hond  
Er zijn een aantal redenen om de voeding van de senior hond (kleine rassen op leeftijd van 7 jaar en zeer grote rassen vanaf 5 jaar) aan te passen.

 
De belangrijkste redenen zijn: een toegenomen kans op ziekten, overgewicht door veroudering van verschillende organen en verminderde weerstand en gewrichtsaandoeningen. Veel seniorhonden bewegen minder.  
Seniorenvoeding bevat minder energie, zodat overgewicht kan worden voorkomen.  
Naarmate de hond ouder wordt, neemt de kans op ziekten van onder andere de nieren en het hart toe.    
Om die reden worden onder meer zouten als natrium en fosfor in seniorenvoeding beperkt.    
De afweer van een oudere hond vermindert, terwijl het verouderingsproces veel schadelijke afvalstoffen oplevert.  
In het seniorenvoeding worden tegenwoordig vaak extra beschermende stoffen gedaan die het afweersysteem helpen het lichaam gezond te houden.

 
 
 
  Wanneer kan ik mijn hond laten castreren of ‘steriliseren’?  
     
 

Meestal is het niet nodig een reu te castreren. Als uw reu erg dominant is, kan castratie wel verstandig zijn, maar dan is gedragstherapie zeker een belangrijke factor. Soms moet een reu op oudere leeftijd gecastreerd worden wegens prostaatproblemen.
Castratie van een reu kan op een leeftijd van 10 maanden gedaan worden.  
Bij grote rassen, zwaarder dan 30 kg, is ons advies om te castreren vanaf een leeftijd van 16 maanden.    

Voor teven zijn de overwegingen anders. Om op latere leeftijd een aantal ziektes (bijvoorbeeld melkkliertumoren, baarmoederontsteking en suikerziekte) voor een groot deel te kunnen voorkomen, is het verstandig uw teef op jonge leeftijd te castreren. Ons advies hierbij is zo’n 3 maanden na de 1e loopsheid. Eventueel kan het ook vóór de eerste loopsheid, dit kan op een leeftijd van 6 tot 9 maanden.

hondje in de opvang

 
 
 
  Wat is chippen en moet mijn hond gechipt worden?  
     
  Door een microchip onder de huid aan te brengen wordt uw hond met een uniek nummer geïdentificeerd. De pijnlijkheid van het aanbrengen van een chip kunt u vergelijken met een vaccinatie. De chip wordt met een speciaal afleesapparaatje gedetecteerd. Het nummer van de chip wordt gekoppeld aan uw naam– en adresgegevens.  
 
Chip (transponder) hier zeer sterk uitvergroot!
Het aanbrengen van de chip is als een vaccinatie.
 
 

Rashonden worden als puppy bij de fokker al gechipt door de Raad van Beheer.  Het is verplicht  elke hond, kat of fret die naar het buitenland gaat te identificeren d.m.v. een tatoeage of een chip. Daarnaast verplichten de meeste dierenverzekeringen een chip. Als uw huisdier vermist is, kan hij of zij via een zoeksysteem op het internet achterhaald worden.
Is uw hond nog niet gechipt, en wilt u dat laten doen, belt u dan voor een afspraak.

 
 
 
  Mag ik mijn hond meenemen naar het buitenland?  
     
  Ja, maar er zijn een hoop regels waar u rekening mee moet houden en er zitten ook risico’s aan vast.
Neem ruim van te voren contact op met de dierenarts en vertel naar welk land u van plan bent te gaan met uw hond. De regels en risico’s verschillen namelijk per land!

Enkele regels op een rijtje:

  •   De hond moet gechipt zijn.
  •   Alle landen stellen een hondsdolheid (=rabiës) vaccinatie minimaal 21 dagen voor vertrek, óf binnen de geldigheidsduur van de vorige vaccinatie (meestal 3 jaar, voor sommige landen geldt de vaccinatie maar 1 jaar!), verplicht. Enkele landen eisen een legalisering door de RVV. Sommige landen eisen een bloedonderzoek dat aantoont dat uw hond inderdaad voldoende antistoffen tegen hondsdolheid heeft. Dit zijn bijvoorbeeld Noorwegen, Zweden, Malta en het Verenigd Koninkrijk. In uitzonderingsgevallen stelt een land een quarantaine periode verplicht.
  •  

Uw hond moet een nieuw Europees dierenpaspoort bezitten.  Voor sommige landen moet de dierenarts hierin een gezondheidsverklaring/ontworming in aftekenen net voor vertrek. En in sommige landen is het verplicht om in het vakantieland na aankomst naar een dierenarts te gaan om daar weer een gezondheidsverklaring/ontworming in af te tekenen.

  •   In een aantal landen gelden er bepaalde regels over het aangelijnd en gemuilkorfd zijn van bepaalde hondenrassen.
 
 
 
 

Enkele risico’s op een rijtje:

  •   Teken in Zuid-Europa, kunnen ziektes overbrengen, bijvoorbeeld Babesia, Ehrlichia en de ziekte van Lyme (Borrelia). Het is zeer verstandig uw hond te beschermen tegen teken. (Scalibor halsband)
  •   Muggen in Zuid-Europa of in de Verenigde Staten kunnen de larfjes van hartworm overbrengen. U kunt uw hond beschermen tegen hartworminfectie. (Milbemax)
  •   Zandvliegen in Zuid-Europa en in de tropen kunnen de ziekte Leishmania overbrengen. U kunt uw hond voor een deel beschermen tegen zandvliegen. (Scalibor halsband)
  •   Denk eraan dat een op reis opgelopen ziekte langdurig aanwezig kan zijn, soms moeilijk te genezen is, maar ook maanden tot jaren na de vakantie pas tot uiting kan komen…

Lees ook onder het kopje "buitenland" als u uw huisdier meeneemt naar het buitenland.


 

 
 
 
  Ben ik verplicht mijn hond te verzekeren?  
     
 

Nee, maar het kan wel en wij raden het ook zeker aan.  Er zijn verschillende verzekeringsmaatschappijen voor ziektenkostenverzekeringen voor huisdieren, zoals PetPlan en Proteq. Vraag bij de praktijk voor meer informatie.