| Laboratorium |
|
| |
|
| Voor tal van aandoeningen kan niet worden volstaan met een algemeen klinisch onderzoek.
Wij zijn in staat om in ons eigen laboratorium een aantal onderzoeken zelf uit te voeren.
Deze onderzoeken bestaan uit:
|
|
We hebben ons laboratorium uitgebreid!
| Hierdoor zijn we in staat om nog meer gegevens, in een kwartier tijd uit het bloed te kunnen halen. |
| Dit is belangrijk, want bloedonderzoek help ons nog beter voor uw huisdier te zorgen! |
|
|
| Waarom bloedonderzoek? |
| Er zijn meerdere redenen om bloedonderzoek te doen. |
| De eerste is natuurlijk een ziek dier dat verdacht wordt van een inwendig probleem. |
|
Denk hierbij bijvoorbeeld aan lever-of nierproblemen. En verder natuurlijk bij allerlei ziekten van andere organen, zoals de |
| alvleesklier (suikerziekte), de bijnieren, schildklier of bijschildklier. |
| Ontstekingen kunnen goed in beeld gebracht worden, leukemie, infectie ziekten zoals katten leukemie (FeLV) of kattenaids (FIV). | Spoedpatiënten behoren tot de categorie waarbij altijd bloedonderzoek dringend gewenst is. |
| Bij bloedarmoede (anemie) is bloedonderzoek uiteraard bijzonder belangrijk. |
| Verder bij een patiënt met moeilijk verklaarbare klachten zoals bijvoorbeeld de klacht "veel drinken en veel plassen" |
|
| Nog een hele belangrijke reden kan zijn als een dier onder narcose gebracht moet worden. |
| Net als in de geneeskunde voor mensen, zijn de anesthesie middelen (narcose of slaapmiddelen) in de diergeneeskunde zeer veilig. |
| De risico's van de anesthesie bij een gezond dier zijn dan ook niet zo groot. |
| Als een dier echter niet geheel gezond is, kunnen er complicaties optreden tijdens of na een narcose. |
| Om het risico van complicaties zo minimaal mogelijk te houden is het van belang om de gezondheidstoestand van uw dier vooraf grondig te onderzoeken. |
| Naast lichamelijk onderzoek en nakijken van de geschiedenis van de patiënt, hoort hier ook een bloedonderzoek bij. |
|
|
| Pre-anesthetisch onderzoek |
| Zoals gezegd, als een dier gezond lijkt te zijn bij lichamelijk onderzoek en ook de ziektegeschiedenis laat geen bijzonderheden zien, dan verloopt een anesthesie meestal zonder problemen. |
| In tegenstelling tot de mens, kan een huisdier niet vertellen dat hij of zij zich "niet goed voelt". |
| Bovendien hebben dieren het instinct om zichzelf te beschermen, dus doen zij zich gezonder voor dan zij in werkelijkheid kunnen zijn. |
| Sommige dieren verliezen bijvoorbeeld 75% van hun nierfunctie voordat zij er duidelijk ziek van worden. |
| Veel beginnende leverproblemen blijven onbekend en komen bij bloedonderzoek pas aan het licht. |
|
| Wij willen dat uw huisdier de best mogelijk medische zorg krijgt en daarom kan, naast algemeen lichamelijk onderzoek, een aanvullend bloedonderzoek hierbij een belangrijke rol spelen. | |
| Kort samengevat: bloedonderzoek helpt ons nog beter voor uw huisdier te zorgen. |
|

|
|
laboratorium Alblasserdam | |
|
| Bloedonderzoek
Voor het uitvoeren van bloedonderzoek maken wij gebruik van de Vettest en de Lasercyte. Dit apparaat is in staat om zeer snel diverse bloedbepalingen tegelijk uit te voeren. Bovendien is de betrouwbaarheid van de uitslagen groot.
Hiermee kunnen wij snel een aantal onderzoeken uitvoeren.
Bloed is samengesteld uit een gelige vloeistof, het bloedplasma en de bloedcellen die in het plasma zijn gesuspendeerd.
Door het enorme aantal erythrocyten bepalen deze de kleur van het bloed. In normale omstandigheden bestaat circa 45% van het volume van bloed uit cellen;
de erythrocyten (rode bloedcellen), de trombocyten (bloedplaatjes) en de leucocyten (witte bloedcellen).
In het plasma zitten behalve verschillende eiwitten, allerlei chemische stoffen. Bij ziekten veranderd er vanalles in de chemische samenstelling van het bloed, ook kunnen het aantal cellen en de onderlinge verhouding daartussen veranderen.
Met behulp van onder andere bloedonderzoek in ons laboratorium kan de dierenarts zijn diagnose bevestigen en het ziekteverloop controleren. |
|
|
Mocht er een uitgebreidere screening nodig zijn, dan sturen wij de bloedmonsters door naar een laboratorium in Duitsland. Hierbij is twee dagen later de uitslag bekend en kan er snel en adequaat worden opgetreden en een therapie worden ingesteld.
|
|
|
Urineonderzoek
Niet alleen de apparatuur voor het bloedonderzoek is vernieuwd, maar ook voor urineonderzoek. We kunnen de urine nu ook testen met behulp van de Urine-Analyser.
Chemisch onderzoek van de urine Diverse bestanddelen in de urine kunnen bepaald worden met de Urine-Analyser.
Deze geven een kleurreactie bij aanwezigheid van een gezochte stof. We noemen dit sneldiagnostica, omdat dit direct en snel kan gebeuren.
Er wordt gebruik gemaakt van een combistrip, hiermee kunnen verschillende bepalingen uitgevoerd worden in 1 urinemonster.
Met deze striptesten kunnen we vaststellen of er bepaalde stoffen sporadisch aanwezig zijn in de urine, of positief of sterk positief aanwezig zijn.
Urineonderzoek is een belangrijk onderdeel als ondersteuning bij het stellen van de diagnose en controle op het ziekteverloop bij dieren. De nieren spelen een belangrijke rol in de normale lichaamsprocessen en daardoor kunnen veranderingen in het lichaam als gevolg van een ziekte al in een vroeg stadium in de urine worden aangetoond. Soms al voordat ze duidelijk herkenbare klachten geven.
Met de gegevens verkregen door een urine onderzoek, beschikt de dierenarts over betrouwbare informatie waardoor vroeg met behandeling kan worden gestart, voordat de ziekte onherstelbare schade heeft aangericht.
Urinemonsters kunnen gemakkelijk worden verkregen, zonder belasting van de patiënt.
Urineonderzoek wordt het liefst uitgevoerd met verse urine.
Opvangen en bewaren van urine De wijze van opvangen en bewaren van de urine bepaalt sterk de betrouwbaarheid van het onderzoek en dus de uitslag. Het voorbeeld hoe het niet moet is het urinemonster dat bij de dierenarts wordt aangeboden in een omgespoeld jampotje. Vanzelfsprekend kan hierin suiker worden aangetoond en iedereen op het verkeerde been worden gezet.
Een andere, veel gemaakte, fout is de urine uren bij kamertemperatuur bewaren en dan pas onderzoeken. Er kunnen zich dan intussen kristallen hebben gevormd die de indruk wekken dat er sprake is van blaasgruis- of steenvorming.
Hoe moet het dan wel?
Natuurlijk proberen we de urine zo schoon mogelijk op te vangen om te voorkomen dat verontreinigingen uit de omgeving het onderzoek beïnvloeden. Er zijn speciale opvangbakjes om de urine van de hond tijdens het uitlaten op te vangen, bij voorkeur ongeveer tijdens het midden van de urinelozing. Voor de kat is er speciaal ‘kattengrit’ op de markt die in een schone bak kan worden gestrooid, een soort glaskorrels. De urine wordt hierdoor niet geabsorbeerd en kan na afloop dus zo in een schoon urinepotje (bij drogist of apotheek verkrijgbaar) worden gegoten. In speciale gevallen, wanneer er bijvoorbeeld een bacteriologisch onderzoek moet worden ingezet (‘kweek’), is het noodzakelijk dat de dierenarts de urine verkrijgt door middel van een zogenaamde blaaspunctie. Met een dun naaldje wordt dan de blaas aangeprikt en wat urine opgezogen. Het dier merkt hier nauwelijks iets van. |
|
|
| Voordat we de urine inzetten in de Urine-Analyser beoordelen we de urine eerst op zicht. | |
|
| Hierbij gaat het om de kleur, geur, helderheid.
Kleur,
de normale kleur van urine is licht- tot donkergeel. Afwijkende kleuren kunnen bijvoorbeeld rood, bruin, melkachtig of zwart zijn.
Urine kan rood worden door:
- Gebruik van bepaalde medicijnen
- Bloed, door bloedingen van de urinewegen door bijvoorbeeld stenen, tumor of een ontsteking. De urine is rood door de aanwezigheid van erythrocyten, die ook microscopisch kunnen worden aangetoond.
- Bloedkleurstof oftewel hemoglobine. Door verstrekte bloedafbraak in de bloedvaten komt er hemoglobine vrij. Door de nieren wordt deze stof uitgescheiden en geeft een rode kleur aan de urine. Dit heet hemoglobinurie en is alleen aan te tonen met een striptest.
|
|
| Bruin gekleurde urine:
Urine kan bruin worden door galkleurstoffen, gewoonlijk gaat het om bilirubine. Als de urine geschud wordt, krijg je een geelgekleurde schuimlaag.
Bilirubine komt in de urine voor bij galafsluiting eb bij leverontstekingen. Galafsluiting kan veroorzaakt worden door een galsteen, een ontsteking of een tumor in de galwegen.
Melkachtig witte urine:;
Urine heeft een melkachtig wit, troebel uiterlijk door de aanwezigheid van vetten.
Zwarte urine;
Urine kan zwart gekleurd zijn bij een zeldzame aangeboren stofwisselingsziekte. |
|
| |
|
| Geur,
Versgeloosde niet-pathologische urine ruikt zwak naar organische zuren. Door het eten van voedingsbestanddelen of door medicijngebruik kan urine een afwijkende geur krijgen.
De ammoniakgeur van urine die een tijdje heeft gestaan, is afkomstig van afbraak van ureum (normaal afbraakproduct van eiwitten) door bacteriën. Dit is klinisch niet van belang. Het is klinisch van belang als versgeloosde urine naar ammoniak ruikt, omdat ureum dan al door bacteriën in de urinewegen is omgezet in ammoniak.
Bij ernstige vorm van diabetes mellitus ruikt de urine naar aceton. Bij deze vorm van diabetes is de koolhydraatstofwisseling ernstig verstoord. Het dier gaat vetten verbranden en die geven andere afbraakproducten (ketonen), waar aceton er 1 van is. |
|
| |
|
| Helderheid,
Normale, versgeloosde urine is helder en doorzichtig. |
|
| |
|
|
|
|
|
| Vervolgens wordt standaard het soortelijk gewicht gemeten van de urine. |
|
|
| Soortelijke massa.
De soortelijke massa geeft een indruk van de concentratie van de urine.
Het doel van de bepaling van de soortelijke massa is om inzicht te krijgen in de werking van de nieren en het concentratie- en verdunningsvermogen van de nier.
We kunnen op de kliniek in ons laboratorium de soortelijke massa van urine bepalen met behulp van een refractometer. |
|
|
refractometer
|
|
|
Ook kunnen we urine microscopisch beoordelen. |
|
| Bij microscopisch onderzoek gaat het om elementen die niet in de urine opgelost zijn. |
|
Microscopisch urineonderzoek
Nadat de striptesten zijn uitgevoerd en het soortelijk gewicht is bepaald, zullen we de urine gaan centrifugeren om eventuele cellen en kristallen onderin de centrifugebuis te verzamelen. Hiervan wordt een klein druppeltje genomen voor onderzoek onder de microscoop. Er wordt dan gekeken naar de aanwezigheid van cellen.
Zo ja: hoeveel en welke cellen?
Het kunnen ontstekingscellen zijn, epitheelcellen uit de urinewegen of (witte en/of rode) bloedcellen. Verder kunnen bacteriën, kristallen en vetdruppeltjes gevonden worden. Vetdruppels worden vaak gevonden bij gezonde katten. Veel vet kan duiden op afbraakprocessen van de nier. Het uitgebreid bevoelen van de nieren tijdens het lichamelijk onderzoek kan ook aanleiding zijn voor het verschijnen van vetdruppeltjes in de urine.
Kristallen in de urine kunnen een aanwijzing zijn voor de vorming van gruis of urinewegstenen die de urineafvoer kunnen belemmeren. Berucht waren vroeger de ‘plaskaters’ die verstopt zaten en niet meer konden plassen. Gelukkig zien we dit probleem tegenwoordig veel minder door de aanpassingen die er zijn gedaan in de voeding en door de beschikbaarheid van goede dieetvoeding.
|
|
|
labstruviet
|
|
|
We onderzoeken niet alleen urine onder de microscoop, maar ook kunnen we zo huidafkrabsels beoordelen en faecesonderzoeken uitvoeren. |
|
| |
|
| Dermatologie is de leer van de huidziekten. Huisdieren hebben vaak last van jeuk, maar een injectie die de jeuk onderdrukt, is niet de oplossing voor de lange termijn. Stap voor stap proberen we samen het onderliggende probleem op te lossen. Het lastige is dat veel huidproblemen er hetzelfde uitzien. Omdat het traject van het problemen opsporen en de behandeling langdurig kan zijn, kan een huidprobleem erg frustrerend zijn. Het is verstandig om uw huisdieren in ieder geval goed te behandelen tegen de vlooien met Frontline of Advantage.
Als er dan nog steeds een probleem bestaat, vervolgen we het onderzoek met een huidafkrabsel te maken of een vachtmonster te nemen. Dat onderzoeken we zelf onder de microscoop in ons laboratorium. Of we voeren een schimmelkweek uit.
Op de huid van hond en kat kunnen verschillende soorten schimmels parasiteren en sommige hiervan kunnen een zeer hardnekkige jeuk en huiduitslag veroorzaken. Een heel bekende schimmelinfectie is de ringworm, waarbij de aangetaste plekken zijn bedekt met schilfers en korsten, meestal in de vorm van ringvormige plekken.
Met een speciale lamp volgens Wood is het mogelijk om een schimmelinfectie als ringworm te diagnosticeren. De infecteerde plaatsen op de huid geven namelijk, als men deze lamp erop laat schijnen, een geelgroene oplichting van de besmette haren te zien, hetgeen men fluorescentie noemt. |
|
| |
|
| Ook als dit het geval is, kan er alsnog een microscopisch preparaat gemaakt worden om meer zekerheid betreffende de diagnose te verkrijgen.
Met een sterke microscopische vergroting van wat haren van de aangetaste plekken, zijn duidelijk sporen van schimmels op deze haren te zien. |
|
| |
|
| Ook kunnen we op de praktijk een schimmelkweek inzetten.
De kweek is de meest betrouwbare methode, maar ook de kostbaarste. Helaas duurt het vaak drie weken voor de uitslag bekend is. Dit komt doordat schimmels langzaam groeien. |
|
| |
|
|
Faecesonderzoek
Faecesonderzoek doen wij ook op de praktijk. Zo kunnen we onderzoeken of de hond of kat last heeft van wormen en zo ja, welke wormen.
Want zelfs al leven hond en kat in de meest hygiënische omstandigheden, kunnen zij toch last hebben van wormen.
Dit zijn darmparasieten die leven ten koste van hun gastheer en hem schade aanrichten.
De dieren kunnen er ernstig ziek van worden, met klachten als steeds terugkerende diarree en een slechte conditie.
Meestal is een microscopisch onderzoek van de ontlasting noodzakelijk om de aanwezigheid van bepaalde darmparasieten vast te stellen.
Soms kan de dierenarts ook al zo vaststellen dat het dier besmet is met wormen, omdat ze dan met het blote oog zijn waar te nemen. Bijvoorbeeld lintwormen die in de haren van de hond of kat hangen of pups die spoelwormen uitbraken.
Jonge hondjes worden al tijdens de dracht door het moederdier besmet met wormen.
Het is belangrijk om uw huisdier goed te beschermen tegen wormen!
De belangrijkste wormen die men bij de hond en kat kan aantreffen, zijn in twee groepen te verdelen, namelijk rondwormen (nematoden) en lintwormen (cestoden). |
|
| |
|
| In onderstaand schema wordt een overzicht gegeven van de meest voorkomende soorten wormen en hun belangrijkste eigenschappen. |
|
|
Wetenschappelijke naam |
Nederlandse naam |
Tussengastheer |
eindgastheer |
Ronde wormen
Toxocara canis
Toxocara cati
Toxocaris leonina |
Spoelworm
Spoelworm
Spoelworm |
|
Hond
Kat
Hond, kat |
|
Ancylostoma caninum
Ancylostoma tubaeforme |
Haakworm
Haakworm |
|
Hond
Kat |
|
Trichuris vulpis |
Zweepworm |
|
Hond |
Lintwormen
Taenia pisformis
Taenia hydatigena
Diplydium caninum
Echinococcus granulosus |
Lintworm
Lintworm
Lintworm
Lintworm |
Haas, konijn
Schaap, rund, varken, kat, mens
Vlo, luis
Zoogdieren |
Hond
Hond
Hond, kat
Hond, kat | |
|
|
FeLV (Feline Leukemie Virus of leucose)
Iedere katteneigenaar die gaat fokken komt het vroeg of laat tegen. Voordat de poes bij de kater mag komen moet er een bloedtest uitgevoerd worden. Er wordt getest op FeLV (leukemie) en FIV (aids). FeLV is een ziekte die niet alleen van belang voor fokkers met raskatten maar ook voor eigenaren van "gewone" huiskatten want helaas komt FeLV bij alle soorten katten voor.
Wat is FeLV voor een ziekte?
FeLV is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie) waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties.
Het ziektebeeld van FeLV wordt daardoor vooral veroorzaakt door secundaire infecties.
Hoe kan een kat besmet raken met het virus?
Na infectie vermeerdert het virus zich in de tonsillen in de keel en verspreidt zich naar het beenmerg, lymfevaten en lymfeknopen. Het virus komt in het bloed en vanaf dan is het aan te tonen door middel van een bloedtest. Als de speekselklier wordt geïnfecteerd dan zal de kat virus gaan uitscheiden en vanaf nu is de kat besmettelijk voor andere katten!. |
|
| |
|
| Vooral speeksel bevat dus hoge concentraties virus en dit is ook de voornaamste manier van overdracht van de ene kat op de andere.
FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact met andere katten overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan uit elkaars bakje eten of elkaar wassen, want via speeksel, bloed, urine en ontlasting kan het virus overgebracht worden. Een drachtige poes kan het virus via de placenta overbrengen op haar kittens (en later via de moedermelk). Dit kan leiden tot abortus of geboorteafwijkingen maar er kunnen ook gezonde kittens geboren worden die virusdrager blijven.
FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen, maar ook door een bijtwond met vechten. Bij FIV daarentegen geschied de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact.
Katten die in een groep samenleven en onderling niet vechten hebben dus ook kans op besmetting als er een kat met FeLV in de groep zit.
Niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek. Gezonde, sterke katten met een goed immuunsysteem kunnen het virus bestrijden en overwinnen. Deze katten scheiden geen virus uit en worden er niet ziek van. |
|
| |
|
|
Katten die het virus niet kunnen verdragen, worden ziek. Katten die het virus niet kunnen bestrijden, bijvoorbeeld door een verminderde weerstand, zullen het virus gaan uitscheiden. Zij zijn zelf nog niet ziek maar al wel besmettelijk voor andere katten. Ze worden daarom ook wel "dragers" genoemd. In de loop van enkele maanden tot jaren (3 jaar) zullen zij ziekteverschijnselen gaan vertonen. |
|
| |
|
| Wat zijn de symptomen van een kat met FeLV?
Het meest belangrijke zijn secundaire gevolgen van de infectie door een verminderde afweer, waaronder FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen en oogontstekingen (uveitis).
FeLV ziekteverschijnselen:
- Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt kunnen ontstaan.
- Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.
- Vermageren.
- Benauwdheid.
- Koorts.
- Sloomheid.
- Zwelling van lymfeknopen.
- Oogontstekingen zoals uveitis.
- Slecht eten.
- Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.
- Verlammingsverschijnselen
|
|
| Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt. |
|
| |
|
| Hoe is FeLV te diagnosticeren?
FeLV diagnostiek wordt uitgevoerd in het kader van preventie bij katten waar mee gefokt wordt (het opsporen van katten die wel virus uitscheiden maar zelf nog niet ziek zijn) en als katten ziekteverschijnselen hebben die FeLV doen vermoeden.
De door ons gebruikte testmethode is de Snap Combo-test (ELISA) van Idexx.
Met deze test wordt het virus aangetoond in het bloed.
Deze test kan in onze dierenkliniek zelf worden gedaan.
Er wordt wat bloed afgenomen van de kat en binnen enkele minuten is de uitslag bekend. |
|
|
Snap Combo Test kat |
|
|
Is FeLV te behandelen?
Helaas is FeLV niet te genezen.
De secundaire bacteriële ontstekingen dienen met antibiotica bestreden te worden. Experimenteel wordt gebruik gemaakt van Interferon van Virbac. Dit is een dure behandeling maar het lijkt succes te hebben. Het is echter nog onduidelijk is of dit ook dé therapie zal worden voor katten met FeLV.
Katten die daadwerkelijk ziek zijn zullen helaas overlijden. (50% is overleden binnen 1 jaar, 90% binnen 3 jaar) Hoelang de kat nog kan leven met zijn ziekte is afhankelijk van de symptomen en zijn weerstand. De kat dient in ieder geval apart gehouden te worden van andere katten in verband met het besmetten van andere katten. Dit betekent dat de kat ook niet naar buiten mag, omdat hij dan andere katten kan besmetten. |
|
| |
|
| Hoe is FeLV te voorkomen?
De enige manier om FeLV te voorkomen is om de kat binnen te houden en niet in contact te laten komen met andere katten. Als u een FeLV vrije cattery heeft neem dan alleen nieuwe katten in huis die uit een veilige omgeving komen waar regelmatig getest wordt op FeLV.
Er is een vaccinatie beschikbaar tegen FeLV maar deze is zeker niet 100% betrouwbaar. Ook een gevaccineerde kat kan de ziekte nog krijgen. Alleen in risicogebieden, of als het bekend is dat er buiten een met FeLV besmette kat rondloopt, adviseren we u om uw kat te laten vaccineren tegen FeLV.
Het bestrijden van FeLV berust vooral op het opsporen van dragers die ongemerkt andere katten besmetten. Dit dient vooral in grotere groepen katten regelmatig gedaan te worden, bijvoorbeeld bij cattery's, multicat households of een dierenasiel. Zeker voordat een poes ter dekking aangeboden wordt moet er een bewijs zijn dat allebei de katten de ziekte niet bij zich dragen.
Vraag hier ook naar als u kat gaat dekken of laat dekken! |
|
| |
|
| FIP
Wat is FIP voor een ziekte?
FIP is een virusziekte die wordt veroorzaakt door een (gemuteerd) coronavirus.
Dit feline coronavirus (FcoV) is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat lichte diarree, echter als het muteert kan de ziekte FIP ontstaan. De meeste katten maken in hun leven wel eens een infectie door met het coronavirus. Binnen sommige kattenpopulaties zijn zelfs 80-90% van de katten met antilichamen tegen het coronavirus gemeten (=seropositief voor het FcoV), deze katten zijn dus ooit in aanraking geweest met het coronavirus. 1 - 5 % van de seropositieve katten zal FIP kunnen ontwikkelen. 100 % van de katten die FIP krijgen gaan dood.
Een deel van de katten, die ooit een infectie met corona hebben doorgemaakt kan drager blijven, het virus blijft dan aanwezig in het lichaam. Deze katten zijn hier niet ziek van maar ze kunnen het virus wel verspreiden. De huidige theorie is dat onder bepaalde omstandigheden het coronavirus, dat nog in het lichaam aanwezig is, gaat muteren (= van DNA samenstelling veranderen) tot een kwaadaardige variant. We spreken dan van FIP.
Dit "FIP" virus kan macrofagen (= bepaald type ontstekingscel) binnendringen en zich hierin vermeerderen. Op deze manier verspreidt het virus zich door de bloedbaan.
Het ziektebeeld van FIP wordt veroorzaakt door een afweerreactie van het lichaam tegen deze geïnfecteerde macrofagen. Er worden zogenaamde immuuncomplexen gevormd die gaan vastlopen in kleine bloedvaatjes waardoor op die plaatsen ontstekingen ontstaan in en rond deze bloedvaatjes en organen. |
|
| |
|
Wanneer muteert het? Of het onschuldige coronavirus in het lichaam van de kat muteert tot FIP hangt af van een aantal factoren. O.a. de virusstam, genetisch bepaalde afweer van de kat, andere virusinfecties en het doormaken van stress ( zoals teveel katten in een groep, dracht en geboorte, verhuizing, naar nieuwe eigenaar, andere kat in de groep) spelen een belangrijke rol. Katten die jonger zijn dan 2 jaar of ouder dan 10 jaar kunnen eerder FIP ontwikkelen.
Hoe kan een kat besmet raken met het coronavirus? Katten die besmet zijn met het coronavirus kunnen het virus uitscheiden via de ontlasting, speeksel en de urine. Andere katten kunnen het virus via de neus en/of bek opnemen. Iedere kat kan in contact komen met dit onschuldige coronavirus en daar wat diarree van hebben maar dus niet iedere kat ontwikkelt ook FIP, zoals hierboven beschreven staat.
Is FIP wel of niet besmettelijk? Wanneer in een groep katten FIP optreedt beperkt de ziekte zich vaak tot een enkele kat.
Het "FIP"-virus lijkt zich niet gemakkelijk te verspreiden. Het is mogelijk dat het "FIP"-virus, dat door deze kat wordt uitgescheiden, niet meer besmettelijk is voor andere katten. Een andere theorie is dat andere katten wel besmet worden door het "FIP"-virus maar dat zij voldoende bescherming hebben doordat zij antilichamen hebben tegen het onschuldige coronavirus. Er zal in de komende jaren meer onderzoek gedaan moeten worden om meer te weten te komen over FIP. |
|
| |
|
| Wat zijn de symptomen van een kat met FIP?
Er zijn 2 vormen van FIP:
Een natte vorm. Dit is de acute vorm waarbij kleine bloedvaten vocht gaan lekken en er vrij vocht in de buikholte en/of borstholte ontstaat. Dit vocht is vaak geel en dradentrekkend
(ten gevolge van een hoog eiwitgehalte en fibrine). Katten met deze vorm van FIP zijn erg ziek. Ze hebben vaak hoge koorts en een dikke buik. Ze kunnen benauwd zijn als er vocht in de borstholte aanwezig is. De droge vorm Dit is de chronische vorm waarbij er in verschillende organen door het hele lichaam kleine ontstekingshaarden ontstaan. Veel voorkomende organen zijn de lever, de nieren, de ogen en de hersenen. |
|
| |
|
| De symptomen van FIP zijn divers. NB: niet elk symptoom hoeft voor te komen.
Symptomen kunnen zijn:
- Slecht eten
- Koorts
- Slechte vacht
- Lusteloosheid/sloomheid
- Slechte groei
- Vermageren
- Oogontstekingen
- Dikke volle buik door vocht in de buik (ascites)
- Benauwdheid door vocht in borstholte (hydrothorax)
- Gele slijmvliezen en huid (icterus of geelzucht) als de lever is aangetast
- Braken en diarree Epileptische aanvallen, als er ontstekingen in de hersenen zijn. Soms valt de eigenaar alleen een gedragsverandering op.
- Nystagmus
- Neurologische verschijnselen (verlammingen)
Bij jonge katten zie je vaak een groeiachterstand |
|
Hoe is FIP te diagnosticeren? FIP rechtstreeks aantonen in het bloed. Via bloedonderzoek zijn antilichamen tegen het coronavirus te bepalen.
De zogenaamde "titer". Echter deze bloedonderzoeken kunnen geen onderscheid maken tussen antilichamen tegen het onschuldige coronavirus en antilichamen tegen het "FIP"-virus. De aanwezigheid van antilichamen in het bloed zegt dus niets over het wel of niet hebben van FIP. Het betekent alleen dat de kat een keer in zijn leven in aanraking is geweest met het onschuldige coronavirus.
Helaas is er op dit moment geen bloedtest om FIP met zekerheid vast te stellen. Het blijft bij een waarschijnlijkheidsdiagnose. Het klinisch beeld van de kat in combinatie met een verhoging van de gamma-globulines is wel zeer suggestief voor FIP, vooral als er geel draden trekkend vocht in de buikholte aanwezig is.
Definitieve diagnose. De definitieve diagnose FIP kan alleen gesteld worden door het aantonen van het virus in weefsels. Dit kan dus alleen via biopten uit organen of bij sectie.
Heeft een kat geel dradentrekkend vocht in de buik dan is dit zeer suggestief voor FIP. |
|
| |
|
| Teken
Teken zijn kleine bruinzwarte parasieten van 1-3 mm groot die zich vastbijten in de huid van de hond en zich daar volzuigen met bloed. Na een dag of vijf zijn ze verzadigd en wel 1 cm groot en laten ze los. Teken komen voor van maart tot november.
In bossen, struiken en hoog gras wachten ze op passerende slachtoffers. Niet alleen in de vrije natuur, maar ook in de eigen tuin kan uw hond teken oplopen. |
|
| |
|
| Teken kunnen infecties en ontstekingen op de plaats van de beet veroorzaken, maar ze kunnen ook verschillende ziekten overbrengen.
In ons land is de ziekte van Lyme het meest bekend. Gemiddeld 14% van de teken is besmet met Lyme. De meest bekende ziekte is de ziekte van Lyme. Deze ziekte kan zich zowel bij mensen als bij dieren ontwikkelen. Bij de hond openbaart een tekenbeet zich doordat de teek zelf nog zichtbaar is of er je voelt een bult(je) op de huid van de hond. Bij de hond kan deze bacterie soms gewrichtsproblemen veroor- zaken De belangrijkste risicofactor op besmetting is de tijd die de teek op de huid doorbrengt. De teek neemt er de tijd voor om zich vol bloed te zuigen. Hoe langer dat duurt, hoe groter de kans dat je besmet raakt. Teken moet je dus zo snel mogelijk verwijderen. (binnen 48 uur)
De laatste jaren wordt ook de Dermacentor teek af en toe in Nederland gezien. Tot voor kort kwam deze teek alleen in warmere landen voor. Deze teek is de overbrenger van de ziekte Babesiosis.
Dat is een voor de hond levensbedreigende ziekte, die de rode bloedlichaampjes vernielt. Bloedarmoede, bloedplassen, geelzucht, nierbeschadiging en lusteloosheid zijn de verschijnselen hiervan.
Controleer de vacht van de hond na een wandeling door de natuur. Vindt u maar enkele teken, dan kunt u die het beste zo snel mogelijk verwijderen. De kans op besmetting met eventuele ziektes is dan het kleinst.
Teken verwijderen gaat eigenlijk best makkelijk. de kunst is om de teek bij de kop te pakken en deze er met een draaiende beweging uit te trekken.
Op de praktijk wordt de tekentang ook verkocht.
|
|
|
Voorkomen. Vermijd contact met struikgewas en hoog gras. Zorg er bij kinderen zeker in risico tijden voor dat alle lichaamsdelen bedekt zijn, Teken kunnen namelijk zelfs door de kleinste openingen naar binnen kruipen. Controleer 's avonds na verblijf in de natuur de huid op de aanwezigheid van teken. Controleer uw hond na elke wandeling doch zeker een keer daags. |
|
| |
|
|
Niet doen. Gebruik nooit alcohol of een sigaret om de teek te verdoven/verwijderen. De teek kan in een reactie juist de inhoud van de maag uitspugen en dat maakt de kans op ziektes alleen maar groter! Een verdoofde, of zelfs een dode teek, is niet gemakkelijker te verwijderen dan een levend exemplaar. Gebruik ook geen pincet, hiermee loopt u namelijk de kans dat de teek niet in het geheel loskomt en bijvoorbeeld de kop blijft steken en zodoende voor infecties zorgt. De teek zit alleen met zijn kop in de huid, wat u ziet is alleen het lichaam. |
|
| |
|
| Ook bieden wij de service om teken op te sturen ter identificatie. |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|